Pu­del­mütz in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpuː·dəlˌmʏt͡s/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pu·del·mütz
Plural: Pu­del­müt­zen f de Pu­del­mütz
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pudel + Mütz