Schrift­te­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾɪftˌtɛːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schrift·te·ken
Plural: Schrift­te­kens n dat Schrift­te­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Examples:
Wat is dat denn för en Schriftteken? Dat heff ik noch nienich sehn.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schrift + Teken