Te­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɛːkn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Te·ken
Plural: Te­kens n dat Te­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Symbol
Engels:
Duits: