Ar­pel in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Arpel ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈa͡ɐ·pəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ar·pel
Pluralis: Arpels
[1]
geavanceerde woordenschat
biologische species
Voorbeelden:
He hett Arpels schellt.

Etymologie:

ontwikkeld door contractie uit Eerdappel