redd­loos in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɾɛtˌlɔu̯s/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: redd·loos
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Dat Schipp seeg teemlich reddloos ut.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: redden + -loos