Fohr­plaan in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔː͡ɐˌplɔːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fohr·plaan
Pluralis: Fohrplään m de Fohr­plaan
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: fohren + Plaan