föff­teihn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfœfˌtaɪ̯n/ 🔊︎
telwoord
Afbreking: föff·teihn
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
15
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: teihn + teihn