Di­a­lekt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /dɪ·aˈlɛkt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Di·a·lekt
Pluralis: Dialekten m de Di­a­lekt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits: