Ki­no in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkɪ·nɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ki·no
Pluralis: Kinos n dat Ki­no
[1]
geavanceerde woordenschat
TV
Nedersaksisch:
dat Wiesen von en Film op en Lienwand
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: