Bi­o­lo­gie in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /bɪ·ɔ·loːˈɡiː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bi·o·lo·gie
Niet gebruikt het pluralis f de Bi­o­lo­gie
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: bio + -logie