Drie­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdɾiː·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Drie·ver
Pluralis: Drievers m de Drie­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Person, de dat Veh drifft, wenn dat ümhöödt warrt
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat
negatief Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: drieven + -er