Volksbank in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɔlksˌbank/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Volks·bank
Plural: Volksban­ken f de Volksbank
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
besünner Form von Bankinstitut
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Volk + Bank