Tö­ve­rer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈtœɪ̯·və·ɾɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tö·ve·rer
Pluralis: Töverers m de Tö­ve­rer
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: tövern + -er