Bör­ger­wehr in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbœ͡ɐ·ɡɐˌvɛː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bör·ger·wehr
Pluralis: Börgerwehren f de Bör­ger­wehr
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Börger + Wehr