Pul­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpʊl·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pul·ver
Plural: Pul­vers n dat Pul­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Explosivstoff to’t Scheten un Sprengen
Nederlands:
Engels:
Duits: