Zi­tro­nenrull in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈt͡sɪ·tɾɔu̯n̩ˌɾʊl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Zi·tro·nen·rull
Plural: Zi­tro­nenrul­len f de Zi­tro­nenrull
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Zitroon + Rull