Swe­vel­sti­cken in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈsvɛː·vəlˌstɪkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swe·vel·sti·cken
Pluralis: Swevelstickens m de Swe­vel­sti­cken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Swevelstickens sünd fuchtig worrn.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Swevel + Sticken