nett­a­kraat in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈnɛt·aˌkɾɔːt/
bijwoord
Afbreking: nett·a·kraat
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Voorbeelden:
Ik keem nettakraat bi em an, as he weg wull.
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Voorbeelden:
Dat is nettakraat dat, wat ik bruuk.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: nett + akraat