Va­gel­sche­ten in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɔː·ɡəlˌʃɛɪ̯tn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Va·gel·sche·ten
Niet gebruikt het pluralis n dat Va­gel­sche­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
[2]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Vagel + scheten