Ki­lo­me­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɪ·lɔˌmɛː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ki·lo·me·ter
Plural: Ki­lo­me­ters m de Ki­lo­me­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Maat von 1.000 Meter
Engels:
Duits:
Examples:
Ik föhr jeden Dag teihn Kilometer na Arbeit.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kilo + Meter