Pünt­tau in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpʏntˌtaʊ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pünt·tau
Pluralis: Pünttauen n dat Pünt­tau
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pünt + Tau