woll in het Nedersaksisch

[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
kenntekent en Betüerung
Duits:
Voorbeelden:
De Empfang is so slecht. Ik kann di woll hören, aver kuum verstahn.
[2]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
kenntekent en Vermoden
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
wel
Engels:
Duits: