Qualmwa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkvalmˌvɔː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Qualm·wa·ter
n dat Qualmwa­ter
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Qualm + Water