Bux­te­hu­sen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbʊks·təˌhuːzn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bux·te·hu·sen
Niet gebruikt het pluralis n gebruikt zonder lidwoord
[1]
geavanceerde woordenschat
is een eigennaam
Examples:
Wo föhrst du hen? — Na Buxtehusen!

Etymologie:

Woord afleidt van: -husen