Bu­ten­lüüd in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuːtn̩ˌlyːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bu·ten·lüüd
exclusief gebruikt in het pluralis m de Bu­ten­lüüd
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: buten + Lüüd