Re­ken­book in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɾɛːkn̩ˌbɔu̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Re·ken·book
Plural: Re­ken­bö­ker n dat Re­ken­book
Plural: Re­ken­bo­ken n dat Re­ken­book
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Dat Rekenbook un ik, wi weren keen Frünn in de School

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: reken + Book