Fo­der­kist in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɔu̯·dɐˌkɪst/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fo·der·kist
Plural: Fo­der­kis­ten f de Fo­der­kist
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Foder + Kist