Fo­der in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɔu̯·dɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fo·der
Niet gebruikt het pluralis n dat Fo­der
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
De Keih bruukt noch Foder.
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits: