Feld­slacht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛltˌslaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Feld·slacht
Plural: Feld­slach­ten f de Feld­slacht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Feld + Slacht