Fle­gen­klapp in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈflɛɪ̯ɡn̩ˌklap/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fle·gen·klapp
Plural: Fle­gen­klap­pen f de Fle­gen­klapp
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Fleeg + klappen