rüg­g­warts in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾʏɡˌva͡ɐds/
bijwoord
Afbreking: rügg·warts
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:
In de Bahn föhr ik lever vörwarts as rüggwarts.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Rügg + -warts