Sni­cker­muus in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsnɪ·kɐˌmuːs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sni·cker·muus
f de Sni­cker­muus
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Muus