Pud­din­g in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpʊ·dɪnk/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pud·din·g
Pluralis: Puddings m de Pud­din­g
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
As Nadisch gifft dat Pudding.