la­ter­hen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɔː·tɐˌhɛn/
bijwoord
Afbreking: la·ter·hen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: laat + hen