Fas­ten Wall in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfastn̩ ˈval/
frase/zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fas·ten Wall
Niet gebruikt het pluralis m de Fas­te Wall
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Na twee Weken op See kemen wi wedder an den Fasten Wall.

Etymologie:

Woord afleidt van: Wall