Plätt­ie­sen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈplɛtˌiːzn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Plätt·ie·sen
Plural: Plätt­ie­sen n dat Plätt­ie­sen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Ik heff mi an dat Plättiesen verbrennt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: plätten + Iesen