Ie­sen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈiːzn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ie·sen
Plural: Ie­sen n dat Ie­sen
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
=
Eisen