vör­mor­gens in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈføː͡ɐˌmɔ͡ɐ·ɡəns/
bijwoord
Afbreking: vör·mor·gens
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: vör + morgens