Tiet­ma­schien in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtiːt·maˌʃiːˑn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tiet·ma·schien
Plural: Tiet­ma­schie­nen f de Tiet­ma­schien
[1]
geavanceerde woordenschat
TV
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Tietmaschienen gifft dat bloots in’n Film.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Tiet + Maschien