Schrie­ve­ree in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾiː·və·ɾɛɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schrie·ve·ree
Plural: Schrie­ve­re­en f de Schrie­ve­ree
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
He möök för mi de Schrieveree.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schriever + -ee