un­be­mann­t in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ʊn·bəˈmant/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: un·be·mannt
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: un- + be- + Mann + -t