Goorn­poort in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɔː͡ɐnˌpɔu̯ɾt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Goorn·poort
Plural: Goorn­poor­ten f de Goorn­poort
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Goorn + Poort