Bu­ten­deep in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuːtn̩ˌdɛɪ̯p/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bu·ten·deep
Plural: Bu­ten­de­pen n dat Bu­ten­deep

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: buten + Deep