Speelbaas in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspɛːlˌbɔːz/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Speel·baas
Plural: Speelbaas m de Speelbaas
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Regisseur
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: spelen + Baas