nor­ma­ler­wies in het Nedersaksisch

Uitspraak: /nɔɾˈmɔː·lɐˌviːˑz/
bijwoord
Afbreking: nor·ma·ler·wies
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
Normalerwies do ik dat nich, aver vondaag maak ik en Utnahm.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: normal + -wies