Swamm­doos in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈsvamˌdɔˑu̯z/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Swamm·doos
Pluralis: Swammdosen f de Swamm­doos
[1]
perifere woordenschat
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Swamm + Doos