Barg­land in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈba͡ɐçˌlant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Barg·land
Plural: Barg­län­ner n dat Barg­land West-Grupp, Westfälisch
Plural: Barg­lan­nen n dat Barg­land
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Barg + Land