Mos­lem in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɔs·lɛm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mos·lem
Plural: Mos­lems m de Mos­lem
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: