Uitspraak in het Plat: /ɔbˈjɛkt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ob·jekt
Pluralis: Objekten n dat Ob­jekt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Dor is en Objekt in uns Luftruum indrungen, aver wi weet noch nich, wat dat is.