Eu­ro­pa­wahl in het Nedersaksisch

zelfstandig naamwoord
Afbreking: Eu·ro·pa·wahl
Plural: Eu­ro­pa­wah­len f de Eu­ro­pa­wahl
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Europa + Wahl